Op de pagina Gezond eten kwam het al kort te sprake: mensen veranderen hun gewoontes niet graag. Dat komt onder meer omdat gewoontes er meestal in de jeugd en tijdens de opvoeding al diep ingesleten zijn.

Gewoontes behoren tot onze vaste gedrags- en denkpatronen; daar zijn het gewoontes voor.

Je bent misschien, of zelfs waarschijnlijk, opgegroeid met een vast eetpatroon van aardappels, vlees en groente, of iets vergelijkbaars.

Nu wordt er plotseling van je verlangd dat je één deel van deze drie componenten weglaat. Theoretisch is dat voor niemand een probleem, de praktijk wijst echter uit dat dit niet zo eenvoudig is.

Eén van de vaste onderdelen van de maaltijd valt weg, dus ontstaat er een leemte. En waar een leemte ontstaat, ontstaat er automatisch een behoefte; een behoefte waaraan niet wordt voldaan.

Dit geeft vaak een onbevredigend gevoel na of tijdens de maaltijd.

Om deze situatie te vermijden kan je een plantaardige vleesvervanger nemen; deze zijn er in vele soorten.

De meer conventionele soorten zoals op de foto’s te zien zijn: champignons, oesterzwammen en natuurlijk alle andere soorten paddestoelen; of een eitje, als spiegelei, gekookt ei, gepocheerd ei, of hoe je een ei het lekkerst vindt.

Of blancheer één of meerdere groentes. Na het korte koken maal of hak je de groente fijn (ook met champignons gaat dit erg goed) en meng je deze met wat meel en/of ei: paneren, en in de pan bakken of frituren. Ook heel lekker.

Daarnaast zijn er de alternatieve soorten, vaak gemaakt van soja en eiwitschimmel: tofu, tempura, quorn, seitan of kipnee. Er zijn ook andere soorten die van paddestoelen of bonen worden gemaakt.

Alle soorten zijn rijk aan bouwstoffen als vitamines, mineralen en eiwitten.
Kijk in de supermarkt of de natuurvoedingswinkel.

Het belangrijke aspect is dat men, naast het eten van aardappels (of vergelijkbaar) en groente, iets heeft om te snijden en in de mond te stoppen, te kauwen en te slikken.

Net als vlees. En daar gaat het om.

Zoals we gewend zijn.